Candidasa trekking



Een warme zeewind door de haren, honden die deelnemen aan het verkeer en achterom kijken of ze opzij moeten gaan voor de naderende brommers en auto’s, om dit vervolgens ook te doen, zwaaiende kinderen op weg naar school en de vele kippen die hun leven wagen om aan de andere kant van de weg te komen, precies wanneer er een brommer aankomt maken mij in de vroege ochtend achterop de brommer bij Madi erg blij.

Na afloop van de trekking afgelopen woensdag vroeg ik enthousiast of Madi vrijdag weer een trekking wilde doen met de voetnoot of hij ervoor kon zorgen dat we traditionele aspecten van Bali konden zien en proeven. De traditionele aspecten heb ik zeer zeker gezien en dan ook ervaren.

Startend in de uitgestrekte rijstvelden waar vroeg in de ochtend nog veel mensen aan het werk zijn had ik nog geen verwachtingen en liet ik de dag komen zoals deze komen zou. Klimmend een berg op om vervolgens een stuk door de jungle te klimmen en te stoppen bij een vervallen huisje om een glaasje thee aangeboden krijgen met daarin kronkelende beestjes te zien alsof ze een traditionele dans doen. Gebruinde tandenborstels steken samen met de tandpasta uit een gat in de muur, kippen hupsen zwervend rond en de man des huizes biedt mij vriendelijk een koekje aan. Dat is me nog eens een pauze. Eenmaal het toilet, een gat in de grond met een rood hangend gordijn ervoor, te hebben bezocht gaan we verder met onze tocht.

Na wederom een flinke klim door de jungle hoor ik kinderstemmen in koor een lied zingen. Het blijkt dat ook hier, bovenop een berg in de jungle, ergens een school in de buurt is en de kinderen zijn aan het oefenen voor een grote wedstrijd die in elke provincie op 17 augustus plaats zal vinden wanneer de bevolking Onafhankelijkheidsdag viert. De kinderen marcheren allemaal tegelijk en in de maat terwijl zij een lied zingen. We volgen het geluid en komen aan bij de school. Een warm en vriendelijk onthaal door de kinderen die zojuist pauze hebben en waarvan sommige mij met open mond aanstaren en de echte waaghalzen een gokje wagen om een stap dichter in mijn buurt te doen. Een witneus hebben vele nog nooit gezien en zodra ik foto’s van de kinderen maak en deze laat zien ontdooit de sfeer een beetje.

We lopen verder de jungle in om de meest mooie slakkenhuizen te zien, grootste bomen en bezoeken nog tweemaal een familie en hun huis. Het lijkt wel of er vantevoren afgesproken is dat ze hier en daar een jerrycan en mand neerzitten, wat mooi gekleurde kipjes vrij laten en de deuren in afstekende kleuren schilderen. Sommige indrukken lijken zo uit een reisgids te komen of uit een programma van National Geographic. Bizar hoe werkelijk, maar toch ook onwerkelijk, het contact en het lijfelijk aanwezig zijn, in de huisjes van deze lokale bevolking, is. Wederom krijg ik een jonge kokosnoot aangeboden van een oudere man die wel even met zijn blote voeten in de boom klimt. Daarna kijk ik verwonderd toe hoe hij ingenieus een drinktuutje maakt van de kokosnoot zelf.

We klimmen en dalen verder en Madi vraagt aan mij of ik het nog steeds leuk vind. Maar natuurlijk, volop genieten deze tocht antwoord ik met de gedachte dat onze tocht er bijna op zit. Niets is minder waar. Vroeger vond ik het ‘stoer’ om met een stok uit de natuur te lopen, maar tijdens het einde van de tocht had ik de stok echt nodig om mijn vibrerende benen van de vele klimmen en afdalingen nog enige steun te geven en om mijn linkervoet niet nogmaals te laten verzwikken, want de gedachte van ‘hoe krijgen ze mij hier ooit van die berg af als ik niet meer kan lopen’ was geen bemoedigende gedachte. Tevens de aanblik van het hele diepe (lees: ruim 1000 meter en later 1300 meter) dal waar we vlak langs liepen stemde mij op sommige momenten toch angstig, zeker als je benen als zwabberende vaatdoekjes aangeven dat het zo echt wel genoeg is geweest voor vandaag.

Na een berg te hebben beklommen, in de jungle, door struiken heen, over losliggende stenen, komen we op een open liggend stuk grond met een fantastisch uitzicht. Eenmaal rondkijkend zie ik madi alweer klaar staan om de nog hogere berg die ernaast ligt te beklimmen. De moed zakt in mijn schoenen, maar ik begin dapper aan de ‘hopelijk’ laatste klim. Euforisch en naar mijn voeten kijkend neem ik de laatste stappen tot aan de top en direct zie ik een volgende beproeving…..een volgende berg, maar dan nog hoger. Bergen die erg stijl zijn en waar men vroeger pinda’s op verbouwden, vandaar dat het net lijkt of deze bergen trappen naar de hemel voor de reuzen zijn. Dit ritueel herhaalt zich drie keer totdat ik denk dat ik echt niet meer kan en dan beginnen we aan de daling. Half vallend, glijdend, hijgend, af en toe genietend van het geweldige uitzicht en kapot, maar voldaan komen we beneden. We did it!



Kuta